Nieuwsgierig? Start de minicursus Schrijven & Rouwen voor maar €27,-

"Onze levens hingen aan een zijden draadje"

Tekst: Arianne Wennekes
Fotografie: Mooiste Momenten Fotografie - Emily Niebeek

Je lichaam vertelt je dat het niet goed gaat. Je trekt aan de bel, maar krijgt onvoldoende gehoor. En dan ineens lig je doodziek in het ziekenhuis. Het overkwam Jannie 21 jaar geleden. Het leven van haar en het kindje in haar buik hangt aan een zijden draadje. Welke sporen laat dat na in je leven?

“Kinderen krijgen zou niet vanzelf gaan, dat wist ik al jong. Of we ze ooit zouden krijgen, en hoe lang we dan moesten wachten, kon niemand ons vertellen. Al snel werd duidelijk dat een zwangerschap uitbleef. We startten een fertiliteitstraject. Het traject duurde lang en had veel impact op ons huwelijk. Jaren wachtten we. Tussendoor namen we zo nu en dan pauze, om even niet die extra hormonen in mijn lijf te spuiten, om even niet de focus op een zwangerschap te hebben. Het werk hield ons staande, het contact met collega’s was waardevol. Ook de kinderwens hield ons overeind. Ik had er bijna alles voor over. Goddank konden we goed met elkaar praten, over wat we wilden en wat we niet wilden en waar onze grenzen lagen. Het geloof en de gesprekken die we in die tijd met onze predikant hadden, gaven ons kracht.

Elf jaar duurde het. Na elf jaar was ik eindelijk zwanger. Ik was ontzettend blij, intens dankbaar en tegelijk kon ik het bijna niet geloven. Op de echo, met ruim 8 weken, zag ik het. Het is er gewoon, een kindje, in mijn lijf! Na 11 jaar was ik ‘gewoon’ zwanger en mocht ik naar de verloskundige, net als iedere andere vrouw. Zo’n eerste zwangerschap is alles nieuw. Met 12 weken telde de weegschaal al 10 kilo extra. De verloskundige vond dit binnen de normaalwaarden vallen. Ik ging ervan uit dat zij het wel wist. Ik wilde ook niet te veel lezen; ik wilde mijn zwangerschap ervaren, mijn lijf gaan voelen. Ik wilde vertrouwen op mijn lijf. Als mijn lijf iets aangeeft, dan ga ik kijken wat ik voel; dat nam ik me heel stellig voor.

Bij de derde controle kwam de onderdruk bij het meten van de bloeddruk niet onder de 85. Ik zag op het gezicht van de verloskundige even twijfel, maar ze praatte er overheen en weet het aan de stress van het moment. Alles was prima. Inmiddels was ik al 20 kilo aangekomen. Mijn urine werd gecontroleerd en bevatte geen eiwitten. Ik mocht op de reguliere controle terugkomen, extra controle was niet nodig.”

"Ik wilde mijn zwangerschap ervaren, mijn lijf gaan voelen.

Ik wilde vertrouwen op mijn lijf."

De huisarts zag mij en wist het

“Anderhalve week later was ik wat ziek: grieperig, misselijk en het gevoel alsof er een strakke band om mijn buik zat. Ik had hoofdpijn en ‘s nachts gaf ik een paar keer over. Daarna ging het wel weer. Die maandag bleef ik thuis, ik kreeg vast de griep. ‘s Nachts gaf ik opnieuw over. Op dinsdag ging ik weer werken, maar op woensdag meldde ik me toch bij de huisarts. Ik meldde me niet bij de verloskundige; bij haar voelde ik niet het vertrouwen, mijn klachten werden niet serieus genomen.

Mijn man ging mee naar de huisarts. Ik weet niet waarom, maar dat wilde ik graag. Terwijl hij in de wachtkamer zat, liep ik bij de huisarts naar binnen. De huisarts zag mij en was direct alert. Hij nam mijn bloeddruk op. Deze was 160/100. “Jij hebt het HELLP-syndroom” zei de huisarts. “Dat is een zwangerschapsvergiftiging in zeer ernstige mate.” De jonge huisarts bleek afgestudeerd op het HELLP-syndroom. Hij wist direct dat het foute boel was. Hij belde de verloskundige om te vertellen dat hij me naar het ziekenhuis stuurde. Zij vond het flauwekul en onzin, ik moest maar bij haar komen. Wat gebeurt hier? dacht ik nog.

Mijn gevoel klopte dus al die tijd. Mijn lichaam gaf aan dat het niet goed ging, maar de verloskundige miste de signalen. We moesten ons in het ziekenhuis direct melden bij de gynaecologie. Daar wachtte ik op mijn beurt. Ik voelde me inmiddels doodziek. Tijden zat ik daar. Ik hing tegen Cor aan, legde mijn hoofd op zijn schoot; ik kon niet meer. Men bleek me vergeten. Een assistente vond dat er toch iets moest gebeuren. De gynaecoloog kon niets betekenen, het wachten was op een perinatoloog. Toen die er eenmaal was ging het snel. Mijn bloeddruk werd opnieuw gecontroleerd. “Dat wordt een opname” vertelde de perinatoloog.

Ik voelde me zieker en zieker worden. Ik had veel pijn tussen mijn schouderbladen, hoog in mijn bovenbuik (dat bleek mijn lever), had hoofdpijn en had een heel strak gevoel om mijn buik. Door de hoofdpijn kwamen alle prikkels intens binnen. Ondertussen kon ik alleen maar aan ons kindje denken. Hoe zou het met ons kindje gaan? Er werd een echo gemaakt en op dat moment bleek met ons kindje alles nog goed. De doorbloeding van de placenta en van en naar de baby was nog binnen de marges. Ik werd opgenomen op een zespersoonszaal. Niet de beste plek als je zo overprikkeld bent en alles zo heftig binnenkomt. Men wilde de zwangerschap rekken tot 25 weken, om ons kindje zoveel mogelijk kansen te geven.

"Ik kon niet meer denken.

Ik wist niet eens meer hoe ik bellen moest.

Ik voelde alleen maar paniek."

Ik kreeg een katheter, alles werd gecontroleerd en daar lag ik, tussen de andere dames. Ik werd zieker en zieker. Steeds kwamen er mensen controles doen. De volgende ochtend bracht men mij naar een eenpersoonskamer. Ik probeerde Cor te bellen, maar kon zijn nummer niet meer bedenken. Ik wist niet eens meer hoe ik bellen moest. Op dat moment voelde ik alleen maar paniek. Ik was zo ziek dat denken niet meer lukte.

De verpleegkundige belde Cor. Ik kreeg zuurstofondersteuning. De hoeveelheid zuurstof werd steeds verder opgevoerd. Cor kwam. Er volgde opnieuw een gesprek met de perinatoloog. Ik was heel ziek, maar met de baby ging het nog goed. Dat werd in de gaten gehouden. Hoe zieker ik zou worden, hoe kleiner de kans werd dat ik de 25 weken zou halen. En de zuurstof die ik kreeg, deed de kleine geen goed.”

Ik wist het zeker, we gingen ons kindje verliezen

In de nacht die volgde voelde ik aan alles dat dit niet goed kon gaan. Ik wist het zeker, we gingen ons kindje verliezen. Dit prachtige kindje, waar we elf jaar op hadden gewacht. Dit kon niet goed gaan, ik was zó ziek. Ik voelde mijn lijf en wist: ik haal die 25 weken niet. Dit houd ik niet nog anderhalve week vol. Ik moet nu afscheid van mijn kindje gaan nemen. Ik wist op dat moment nog niet of de zwangerschap door zou gaan. Ik wist wel dat de baby gehaald zou worden als ik nog zieker werd.  Benauwd en heel ziek legde ik mijn handen op mijn buik en maakte contact met ons kindje. Het werd minder beweeglijk, ook ons kindje had het moeilijk. Ik praatte tegen ons kindje. Ik vertelde dat ik zó ziek was, dat ik hem of haar moest laten gaan. “Straks ben ik te ziek om afscheid te nemen. Ik heb gevochten voor jouw leven, je bent zo gewenst. Ik hou zoveel van je. We hebben je van God gebeden en nu geven we je terug.” Ik wist het. Ik voelde intens verdriet, maar gek genoeg voelde ik ook dankbaarheid. Dankbaarheid dat pijn ons kindje bespaard bleef. Als het zo vroeg ter wereld kwam, zou het lang moeten strijden en pijn ervaren. Ik wist die nacht dat het goed was. Ik voelde dat ons kindje het moeilijk had. Dat wist ik, heel diep vanbinnen. Moederinstinct? In de stilte van de nacht nam ik afscheid en liet ik los waar we zo lang op hadden gewacht. Ons prachtige wonder. Daarna raakte ik alle besef van tijd kwijt.

 

De volgende dag, vrijdag, bleek uit de echo dat ons kindje het inderdaad moeilijk had. Men besloot dat de zwangerschap beëindigd moest worden, zodat men hopelijk mijn leven nog kon redden. Cor was heel verdrietig. Ik troostte hem. Deze ene stap had ik ‘s nachts al gezet. Ik had die nacht dit grote verdriet gevoeld en afscheid genomen. Ik zou een infuus met weeënopwekkers krijgen. Ondertussen gebruikte ik veel zuurstof. Ik had meer nodig, maar dat konden ze mij op de afdeling niet bieden. Ik moest naar de IC. Daar wilden ze me een kap opzetten, dat vond ik vreselijk. Ik was al zo benauwd, dus steeds rukte ik de kap af. “Ik kan dit niet, ik stik zo!” De arts werd boos, die kap was nodig. Die avond ging een verpleegkundige met ons in gesprek. “Als jullie kindje straks geboren wordt, wat willen jullie dan? Willen jullie het begraven? Een naam geven? Bijschrijven in het trouwboekje? Willen jullie gipsafdrukjes als herinnering?” Een meisje zou Sabine heten, een jongetje Sven. Ik kon niet meer praten, dus schreef de namen op een briefje. Verder stelden ze ja/nee-vragen aan mij, zodat ik antwoord kon geven. We besloten om ons kindje te begraven en het bij te schrijven in ons trouwboekje. Die avond, om 10 uur, werden de weeënopwekkers aangesloten. Ik had nog maar één gedachte: doe iets, want ik stik!

"Ik heb gevochten voor jouw leven, je bent zo gewenst.

Ik hou zoveel van je. We hebben je van God gebeden en nu geven we je terug.”

In stilte geboren

De verpleging adviseerde Cor om ouders en schoonouders te bellen om afscheid van mij te nemen. Niemand wist of ik het zou redden. Mijn leven bungelde aan een zijden draadje. “We weten niet of uw dochter het gaat halen, maar ga niet bij haar huilen.” werd mijn ouders gezegd. “Kom daar, wees er voor haar en ga weg. Bewaar je emoties voor later.” Ze kwamen. Ik heb hen bewust een kus gegeven, maar was me niet bewust van het afscheid. Het drong niet meer tot me door dat ik zó ziek was. Cor is gebleven tot ik rustig werd en sliep. Ondertussen werden de weeën verder opgewekt. Cor sliep in het ziekenhuis. Om drie uur ‘s nachts legden ze mij aan de beademing. Een halfuur later werd Cor gebeld dat de bevalling gaande was, voor zover je kunt spreken van een normale bevalling. Door de beademing was ik er niet langer bij. Om 3.45 uur gleed ons kindje -een meisje- de wereld in, zonder dat ik het wist; zo onwerkelijk. Cor zag Sabine geboren worden, nog in de vliezen. De vliezen werden gebroken. Sabine leefde niet meer. Ergens in die nacht was ze overleden. Ons meisje. Na een zwangerschap van 23 weken en 4 dagen, een klein kindje van 480 gram. Veel te vroeg en veel te klein.

“Die nacht gleed ons kindje de wereld in,

zonder dat ik het wist. Heel onwerkelijk.”

Daar zat Cor. Alleen. Verdrietig omdat Sabine niet meer leefde, maar vanaf dat moment hoopvol dat het beter zou gaan met mij. Er was weer hoop voor mijn leven. De medicatie kon nu opgehoogd worden om mijn leven te redden. Ik was ontzettend ziek. Twee of drie dagen na de bevalling vertelden de artsen mijn familie dat ik op een heel diep punt zat. “We zien dat jullie gelovig zijn. Bid heel hard, want dat is alles wat we nu nog kunnen doen” zeiden ze. “De medicijnen moeten nu aan gaan slaan.” Die zondag, Pinksteren, is Cor met zijn ouders naar de kerk gegaan. Hij haalde zoveel kracht uit die dienst, kracht om door te gaan. Hij wist ook: nu moet ik alles alleen doen. Ik werd slapende gehouden voor mijn herstel. Hij overlegde veel met mijn moeder. Samen bedachten ze wat ik zou hebben gewild. Moest Sabine kleertjes aan? Een knuffel mee? Ook moest er van alles afgebeld worden, zoals het al bestelde kamertje. In het ziekenhuis kreeg Cor veel steun van de verpleegkundigen. “Op de terugweg kom je even hier hè? Even bij ons koffiedrinken” zeiden ze hem. Dan kon hij daar zijn hart weer even luchten. Die steun was zo waardevol. Mijn oude ziekenhuiskamer was beschikbaar voor Cor, voor familie en vrienden, om samen te zijn en om daar afscheid te kunnen nemen van Sabine. Cor regelde een uitvaart vanuit het ziekenhuis, in de hoop dat ik aanwezig zou kunnen zijn. Toen de medicijnen aansloegen, was ik af en toe bij. Ze stopten het slaapmiddel even zodat ik afscheid kon nemen.

 

Ik maakte kennis met Sabine, ons kleine wonder. Ik aaide haar over haar wang en nam afscheid van haar. Ik raakte haar aan, zag haar, voelde haar huid onder mijn vingers, maar niets daarvan zou ik onthouden. Cor kreeg vanuit het ziekenhuis de opdracht zoveel mogelijk foto’s te maken. Door de slaapmedicatie zou ik achteraf waarschijnlijk alles kwijt zijn. Met de foto’s kon ik het verhaal naderhand reconstrueren. Wanneer ik nu, na al die jaren, foto’s zie van mij met Sabine voelt het heel onwerkelijk. Er gebeurt daar iets groots in je leven, maar je bent er niet bij. Ik zie dat ik kijk, ik zie dat ik haar aanraak, haar voel, maar nergens in mijn lijf en in mijn brein is herkenning. Ik weet het niet meer. Niets meer. Alles is weg.

"Ik zie dat ik kijk, ik zie dat ik haar aanraak,

maar nergens is herkenning.

Ik weet het niet meer. Alles is weg."

De rauwe werkelijkheid

Na negen dagen kwam ik weer bij kennis. Ik merkte dat ik in het ziekenhuis aan de beademing lag, maar had geen flauw idee waarom. Het personeel peilde voorzichtig wat ik wist. Ik bleek niets meer te weten. Cor moest mij in hele kleine stapjes vertellen wat er was gebeurd. “En let op,” zeiden ze hem “dat als jij met iemand bij Jannie bent, je niet over haar hoofd met een ander spreekt over wat er is gebeurd.”  “Weet je dat je zwanger bent geweest?” vroeg Cor aan me. Ik liet merken dat ik dat niet wist en vroeg me af waar dat kindje nu dan was. Hij vertelde dat ons kindje niet meer leefde. Dat was voor dat moment genoeg. Praten kon ik nog niet, ik lag nog aan de beademing. Toen kwam mijn collega langs. “Hoe was het vrijdag?” vroeg ze over mijn hoofd aan Cor, doelend op de uitvaart. Met gebaren vroeg ik om pen en papier. Vrijdag? schreef ik op papier. En daar kwam het hele verhaal. Nu drong het wel tot me door. Alles kwam binnen. De werkelijkheid was zo rauw. Gedachten en vragen buitelden over elkaar heen. Nu heb ik haar niet kunnen zien, want ze is al begraven. Ik heb geen afscheid van haar kunnen nemen. Waarom hebben jullie dit zo snel gedaan? In mijn beleving had ik maar kort geslapen. Waarom was ze zo snel begraven? En hoe dan? Waarom?

Cor vertelde. Dat er van alles was gedaan. Dat de gemeente uitstel had verleend voor de uitvaart, in de hoop dat ik erbij zou kunnen zijn. Dat de uitvaart vanuit het ziekenhuis plaatsvond, zodat ik vanuit mijn bed de korte dienst mee zou kunnen maken. Maar het lukte niet. Ze konden niet langer wachten. Mijn toestand liet het niet toe om aanwezig te zijn.  Cor vertelde over de uitvaart. Een sloopje, dat mijn moeder geborduurd had, legde hij in het kistje. Het truitje wat ik ooit aan had, kreeg Sabine aan. Ze stopten een beertje in haar kistje. Cor haalde Sabine op uit het mortuarium en legde haar zelf in haar kistje. Zijn broer fotografeerde alles. Cor droeg Sabine en daalde zelf in het graf af met haar. Die foto’s snijden door mijn ziel. Hij was daar zo alleen. Er lopen wel mensen om hem heen, maar hij liep daar toch alleen, met dat kistje. Zonder mij. Ik had naast hem moeten staan. Dat vond ik zo heftig. Toch bleek dat voor hem anders, vertelde hij. “Dit is wat ik voor haar kon doen. Ik heb jou in gedachten meegenomen die dag. Dit was alles wat we nog konden doen. Ik heb haar afgedragen aan God en wist: nu moet ik weer voor jou gaan zorgen. Jij bent er nog. Bij alles wat ik deed, heb ik steeds bedacht wat jij zou willen.” Op die manier was ik er indirect toch bij, dat vind ik zo waardevol. Hij heeft me weleens gevraagd of hij het goed heeft gedaan. Ik kon niet anders dan dat beamen, hij heeft álles goed gedaan.

Een gat in je geheugen

Vanaf de maandag dat ik ontwaakte, bouwde ik weer herinneringen op. Al het ziekenhuispersoneel was zo blij dat ik weer bij was. Iedereen leefde mee, van arts tot schoonmaakster. Ik vond het een bijzondere gewaarwording, ik realiseerde me nog niet hoe intens de hele situatie was geweest. Het moment dat ik van de beademing moest naderde. Ik wilde niet, ik voelde zoveel angst. Angst voor benauwdheid, angst dat ik zou stikken. Het was mijn laatste herinnering van voor deze hele periode, dus van de beademing af was een grote stap. Uit pure angst begon ik te hyperventileren. De volgende dag probeerden ze het opnieuw. Cor praatte me er doorheen. We waren weer een klein stapje verder.  Met wat zuurstofondersteuning ging ik terug naar de verpleegafdeling. Ik kon niets meer. Langzaam kwam ik uit bed, schuifelde ik naar een stoel en moest dan weer bijkomen. Het herstel zou lang duren. Toch was ik anderhalve week later thuis. Daar zat ik dan, op de bank, met bergen kaarten die in mijn ziekenhuisperiode gestuurd waren. Cor moest weer aan het werk. Mijn schoonmoeder kwam elke dag en liep dan een rondje met mij door de straat. Na zes dagen belandde ik opnieuw in het ziekenhuis, met een trombosebeen.

Opnieuw thuis borduurde ik veel. Ik zag de hele Tour de France. Ik moest mijn tijd ergens mee vullen. Uren dacht ik na, verwerkte ik wat er was gebeurd. Achteraf leek alles een nachtmerrie, geen werkelijkheid. Mijn brein kon het niet bevatten, dus deed alsof het nooit was gebeurd. Het hielp me om een kaartje te maken voor de mensen om ons heen. Een kaartje om te laten weten dat Sabine geboren was, dat ze was overleden en begraven. Met het kaartje gaf ik haar bestaansrecht.  Ook maakte ik een fotoboek, met foto’s die het ziekenhuispersoneel en Cor maakten. Alles zocht ik uit. Stukje voor stukje reconstrueerde ik mijn verhaal. De teksten naast de foto’s schreef ik in de derde persoon. Jannie lag daar, ik niet. Ik voelde het nog steeds niet. Het hielp me wel om mijn verhaal op een rijtje te krijgen. Steeds beleefde ik het verhaal opnieuw, steeds een beetje anders. Ik liet anderen mijn verhaal vertellen. Cor, mijn ouders, schoonouders, ieder vertelde zijn of haar beleving van mijn verhaal. Zo vulde ik het zwarte gat in mijn geheugen beetje bij beetje met beelden en verhalen. Het was ook afscheid nemen van een periode, het op volgorde leggen van gebeurtenissen aan de hand van verhalen. Ik wist dat ik dit moest doen voor Sabine, voor mezelf, om dat deel van mijn leven weer kloppend te krijgen. Dit moest ik doen voor ik het gewone leven weer in kon stappen.

"Thuis maakte in een fotoboek. Alles zocht ik uit.

Stukje voor stukje reconstrueerde ik mijn verhaal."

In die begintijd vroeg ik vaak om bevestiging. Ik geloofde het gewoon niet. “Ja maar, je hebt de foto’s toch?” zei Cor dan. “Ja, maar ik gelóóf het gewoon niet.” Dan stapten we weer in de auto, naar het graf, om te zien dat het echt zo was. Ik kon er niet bij. En nog niet, ook na ruim twintig jaar niet. Ik zie het, ik weet het, maar ik voel het niet. Het blijft een gat waar ik nooit bij zal kunnen. In de jaren na het overlijden van Sabine vond ik heel langzaam toch berusting, acceptatie. Het maken van het kaartje, steeds weer het verhaal van anderen horen, de foto’s keer op keer zien, het boek steeds weer doorbladeren; het leidde langzaam tot berusting en acceptatie. Niet alleen het verhaal van Sabine ging bij me horen, ook het zwarte gat van negen dagen ging langzaam bij me horen. Wat daarin gebeurde, was heel heftig. In dat zwarte gat kwam mijn eerste kindje ter wereld, overleed en werd begraven. Het mag nu onderdeel zijn van het leven. Door het accepteren van die leegte heeft Sabine bestaansrecht. Ontken ik de leegte, dan ontken ik haar bestaan.   

We liepen niet samen op in de rouwverwerking. Cor kon afscheid nemen en starten met verwerken door de uitvaart. Ik merkte dat hij verder was dan ik. “Kom terug bij mij, want ik ben daar nog niet” gaf ik aan. Dan liepen we weer samen op. Doordat hij het verhaal wilde blijven vertellen, verwerkten we het wel samen. We vonden samen kracht om door te gaan. Cor vertelde over die ene vroege ochtend in het ziekenhuis. Sabine was al geboren. Op mijn oude ziekenhuiskamer kwam hij terug om nog wat te slapen. Om een uur of vier, in de vroege ochtend, deed hij de gordijnen open. Hij zag hoe de zon opkwam. De wolken aan de horizon waren net bergen. Hij dacht aan psalm 121. Ik sla mijn ogen op naar de bergen, van waar komt mijn hulp? Mijn hulp is van U Heer. Cor voelde die ochtend zo’n kracht. Door mij mee te nemen in zijn ervaring, raakte de tekst voor ons beiden verweven met Sabine. Al is het leven nog zo moeilijk, bijna onmogelijk, dan nog word je gedragen en hoef je niets dan alleen maar te zijn. Samen zijn we dat hele diepe dal doorgegaan, gedragen door alle kaarten, gebeden en steun die we uit onze wijde omgeving ontvingen.

"Door het accepteren van de leegte heeft Sabine bestaansrecht.

Ontken ik de leegte, dan ontken ik haar bestaan."

Een nieuwe zwangerschap

Uit onderzoek bleek ik uiteindelijk Factor V Leiden te hebben, een bloedstollingsafwijking, met daarbij ook vaatvernauwing. Door het gebruik van bloedverdunners werd de kans op HELLP in een volgende zwangerschap ver teruggedrongen.

We durfden een nieuwe zwangerschap aan, hoe spannend dit ook was. Sabine kreeg nog een zusje en een broertje. “Pas toen onze tweede dochter er was, realiseerde ik me wat het is om een levend kindje in je armen te hebben. Ik voelde haar op mijn lijf en kon alleen maar huilen, alleen maar voelen, alleen maar zijn. Dit had ik zo gemist. Daarnaast bracht het ook nieuwe rouw met zich mee. Susanne leefde, dat stukje had ik bij Sabine niet gehad. Ik ben gestopt met werken en wilde fulltime moederen.”   

Sabine neemt haar plaats als oudste dochter in het gezin in. “Er is altijd een foto van Sabine geweest, haar voetafdrukjes staan in de woonkamer. Met de kinderen gingen we altijd naar het graf. We gaven antwoord op hun vragen en verzwegen Sabine niet. Ook de kinderen voelen toch het gemis. Op de dag dat het 20 jaar geleden was dat Sabine werd geboren, schreven we haar bij in het BRP, een heel bijzonder moment. Ik heb het gedeeld op facebook en Instagram, met foto’s. Nu hoorde ze er écht bij. Voor ons hoorde ze er altijd al bij, maar het haalde haar uit de geborgenheid van het gezin. Nu is ze zichtbaar voor iedereen. De hele wereld mocht het weten, ook Sabine hoort bij ons. Dit kon ik haar nog geven, het officiële bestaansrecht.”

"Sabine neemt haar plaats als oudste dochter in het gezin in.

Met de kinderen gingen we naar het graf. We gaven antwoord

op hun vragen en verzwegen Sabine niet. Ook zij voelen het gemis."

Jannie wil met haar verhaal andere vrouwen, verloskundigen en artsen attenderen op het HELLP-syndroom. Neem symptomen serieus, laat je extra controleren en onderneem actie wanneer je het niet vertrouwt. Symptomen die op het HELLP-syndroom kunnen wijzen zijn vochtophoping in gezicht en handen, gewichtstoename van meer dan 3kg per week, hoofdpijn die niet weggaat met paracetamol, veranderingen in het gezichtsvermogen, plotselinge misselijkheid en braken in de tweede helft van de zwangerschap, een knellend gevoel alsof er een band om je buik gespannen zit en moeite met ademhalen of kortademig zijn. Onderneem actie wanneer je deze symptomen ervaart en laat je controleren. Informatie over het HELLP-syndroom vind je op de website van de Hellp Stichting.

Reactie Jannie op haar verhaal

Mijn verhaal... het raakt me enorm om het terug te lezen. Weer ervaar en onderga ik alle emoties, het gemis, het verdriet en de pijn van toen. En toch is het niet alleen verdriet en pijn. Ik lees ook over een krachtige vrouw, een liefdevolle vader en dankbaarheid. Dankbaar dat mijn leven gespaard is en dankbaar voor de kinderen waar wij voor mogen zorgen.

Het was heel bijzonder om mijn verhaal door Arianne te laten verwoorden. Ze voelt, en weet, als geen ander waar de emotie ligt en laat je ook zien wie je nu bent na zo’n heftige gebeurtenis in je leven. Emily vangt de emoties in beelden, een bijzondere gave. Van haar kwam het voorstel ons hele gezin te fotograferen, een foto die ik koester.

Arianne en Emily, dank jullie wel dat jullie mijn verhaal hebben verteld in woorden en beelden. Voor mij en ons gezin heel waardevol!

Weten wat Puur Verhaal voor jou kan betekenen? Neem een kijkje op de pagina van Puur Verhaal of mail ons direct voor de mogelijkheden.

De verhalen die wij optekenen zijn ervaringsverhalen, geschreven vanuit de persoon die ons het verhaal vertelt.
Wij vragen de lezers om respectvol met deze verhalen om te gaan en met respect te reageren.
Op tekst en foto's rusten auteursrechten. Het is niet toegestaan deze te delen zonder vermelding van Puur Verhaal als rechthebbende.