Ontdekken of schrijven bij je past? Probeer de minicursus!

"Ineens gaat het helemaal mis"

Tekst: Arianne Wennekes
Fotografie: Mooiste Momenten Fotografie - Emily Niebeek

Vanwege haar PCOS weet Bianca dat een zwangerschap niet vanzelfsprekend zal zijn. Na een intensief fertiliteitstraject, met bijbehorende emotionele en relationele gevolgen, blijken drie eitjes bevrucht. De tweede terugplaatsing leidt tot een zwangerschap. Eindelijk. Bianca is ontzettend blij, maar voelt ook veel angst om dit kindje te verliezen. Haar zwangerschap is zwaar, onder meer door heftige bekkeninstabiliteit en vroege voorweeën. Het is een eenzame tijd voor haar. Totaal vermoeid begint ze aan haar bevalling. Hierna wordt alles beter, hoopt ze.Maar dan loopt alles anders dan verwacht...

Als alles tegenzit

“Omdat ik al weken met weeën loop en veel last heb van bekkeninstabiliteit, voel ik me steeds slechter. In week 39 zit ik er helemaal doorheen. Ik ben kapot, ik kan niet meer en heb ontzettend veel pijn. Ondertussen overlijdt ook mijn opa. Ik ben geestelijk en lichamelijk al op voor de echte marathon begint. Ik voel me machteloos. ‘Het moet nu gebeuren!’ huil ik bij de gynaecoloog. Bij controle heb ik 2,5 centimeter ontsluiting, maar de bevalling zet niet door. Ik mag ingeleid worden. Op donderdagavond meld ik me op de afdeling verloskunde om een ballonnetje te krijgen. Een kwartier na het plaatsen komen de weeën als een razende opzetten. Direct ga ik in een rolstoel naar de verloskamer. Ruim een uur vang ik weeën op. Door de weeën bevind ik me compleet in mijn eigen wereld. Welke houding ik ook probeer, niets helpt. Na een uur monitoren blijken het wel weeën, maar te weinig om te spreken van een actieve bevalling, dus wordt verder niets gedaan. Slapen lukt echter niet meer.  

De volgende ochtend krijg ik geen hap door mijn keel. Om half acht komt de arts. ‘We gaan kijken of je op de juiste hoeveelheid centimeters zit, dame!’ Het resultaat blijkt een krappe vier centimeter. Niet veel later breekt de arts mijn vliezen. Weer vang ik een uur weeën op, maar opnieuw is er geen sprake van een actieve bevalling.  

Een infuus met weeënopwekkers geeft heftige weeën. Drie uur later zit ik nog steeds op maar vier tot vijf centimeter ontsluiting. ‘Ik trek het niet meer, ik kan niet meer. Geef mij die ruggenprik maar!' roep ik. Ik verlies alle moed. Al weken heb ik weeën en nu schiet die hele bevalling nog niet op. Maar de ruggenprik laat op zich wachten, al heb ik inmiddels wel een morfinepomp. Tussen de weeën door helpt de morfine fantastisch, maar de weeën zijn nog net zo pijnlijk. Twee uur en veel pijn later ben ik geen centimeter verder. Eindelijk mag ik naar de anesthesist. Ik voel pure euforie tijdens het zetten van de ruggenprik, nu verdwijnt eindelijk de pijn! Ik voel hoe het vanaf mijn knieën naar beneden verlamdDan een nieuwe wee, pijnlijk voelbaar De ruggenprik zit niet goed. Nu heb ik nog steeds die vreselijke pijn én ik kan niet meer lopen, omdat mijn onderbenen wel verdoofd zijn. Een nieuwe ruggenprik zit er niet in. Daar gaat mijn laatste restje hoop. Een weeënstorm volgt, wat een hel. Het heeft wel effect. In een uur tijd ga ik van vijf naar tien centimeter ontsluiting. Eindelijk goed nieuws!  

Je moet nu alles geven!

De teleurstelling volgt snel. Ons dochtertje ligt niet goed. Anderhalf uur lang wacht ik met persen, persen zal ons dochtertje meer kwaad dan goed doen. En dan eindelijk, het mag. Maar ik kan niet meer. Ik ben helemaal kapot. Inmiddels ben ik 24 uur bezig met bevallen, mijn kracht is weg. Mijn man en de arts houden mijn benen omhoog, maar het persen helpt niet. ‘Er gebeurt niets!’ roep ik. Een uur lang pers ik, dan wordt een tang gehaald. ‘Bianca, je moet nu alles geven, maak je kwaad! Het laatste restje energie dat je hebt, gebruik het!’ zegt de gynaecoloog. Ineens neemt mijn lichaam het over. Ik weet niet waar ik de kracht vandaan haal, maar niet veel later vangt mijn man ons meisje op. Zonder tang, zonder verder medisch ingrijpen. Op mijn borst ligt een heel klein, teer, mager poppetje, ons dochtertje Raven. Mijn man knipt de navelstreng door. Nu hoeft alleen mijn placenta nog te komen. Het einde is in zicht. ‘Pers jij een beetje, dan trek ik aan de placenta’ zegt de gynaecoloog. Het luktThat’s it, nu hebben we alles gehad, denk ik...  

"Ik hoor vloeistof gutsen, het klinkt alsof er
een volle fles cola omgegooid is." 

Er zijn weinig hechtingen nodig. De gynaecoloog bereidt alles voor, maar komt aan hechten niet toe. Ineens gaat het helemaal mis. Ik hoor vloeistof gutsen, alsof er een volle fles cola omgegooid is. Ik voel mijn voeten, benen en enkels warm worden en hoor het geluid van vocht dat op de grond valt. In mijn beleving is het vruchtwater, maar de arts draait zich om en slaat op de noodknop. Overal om mij heen ligt bloed. Er is een ernstige bloeding (fluxusen bij iedere hartslag gutst het bloed eruit. Zelf zie ik er gelukkig niets van, behalve het matje waar ik op lig. Ze tillen het weg. Het lijkt wel een waterballon, helemaal vol met bloed. De arts grijpt in om de bloeding te stoppen en hangt met twee handen en het volledige gewicht op mijn buik om het bloeden te stoppen. In minder dan een minuut staat de hele afdeling in mijn kamer. Een geoliede machine, iedereen heeft een taak, niemand loopt elkaar in de weg. Ze zetten mijn man in de hoek in de stoel en drukken Raven, ons dochtertje, bij hem in zijn armen. Ik krijg een zuurstofmasker op. De gynaecoloog belt voor een spoedoperatie, maar de OK is bezet. Het is december, veel artsen zijn vrij. Terwijl ze de vrije artsen oppiepen, wisselt het personeel elkaar af om met volle kracht de slagader in mijn baarmoeder af te drukken. Een halfuur lang wachten we, dan volgt groen licht. Ik denk helemaal niet aan afscheid nemen.  

Op weg naar de OK krijg ik het ijskoud en begin te trillen. Terwijl ik die gang doorrol, komt er iemand in operatietenue naast mijn bed lopen. Ze maakt een praatje om me bij bewustzijn te houden. Ik heb geen idee hoe ernstig de situatie is. Ik zie nog de operatiekamer; overal lampen aan de muur, instrumenten en mensen in pakjes. Maar met de narcose gaat het licht bij mij uit.  

Slapen of rusten zit er niet in

Mijn man blijft achter met ons dochtertje. Ze vertellen hem dat ik een halfuurtje wegblijf. Dat worden twee uur. Op de operatietafel raak ik in shock. Ik krijg bloed toegediend en het duurt lang voor de bloeding stopt. Goddank lukt het. In de uitslaapzaal ben ik ineens weer bij. ‘Waar ben ik? Wie ben ik? Wat doe ik hier?’ vraag ik me af. Mijn eerste gedachte is: gelukkig, ik heb geen weeën. Er ligt een zware berg dekens over me heen. Ik heb het ijskoud en voel me verschrikkelijk. Ineens staat Richard naast me. Hij ziet me meer dood dan levend. 

Uiteindelijk mag ik naar mijn eigen kamer. Raven is ontzettend aan het huilen. Zodra ze op mijn borst ligtis ze stil. We proberen nog om de borstvoeding te starten. Ik heb geen enkele ervaring en nul energie. Raven wordt aangelegd, maar er gebeurt niets. Ze is ook zo klein! Ze weegt 2200 gram, een mager, klein wijfie. Zelfs maatje 44 is haar te groot. Het ontbreekt haar kracht om te drinken. Ik word aan het kolven gezet. Slapen of rusten zit er dus nog niet in. Inmiddels ben ik al bijna drie dagen wakker, inclusief helse bevalling en operatie; ik ben echt meer dood dan levend. Ik kan alleen maar liggen, overeind komen lukt niet; mijn lichaam doet niet wat het moet doen. Ik heb geen kracht om een glas op te pakken, maar ik weet ook niet wat ik met mijn baby moet. Het kolven trekt het laatste restje energie uit mijn lijf. Met 30cc knijp ik in mijn handjes.  

"Ik ben inmiddels bijna drie dagen wakker,  inclusief 
helse bevalling en operatie.  Ik ben echt meer
dood dan levend." 

Op dag 4 schuifel ik eindelijk naar de badkamer. Mijn hele lijf voelt beurs, alles doet pijn. De volgende dag, op kerstavond, mag ik naar huis. Maar als we eindelijk weg kunnen, ziet Raven er niet goed uit. Ze oogt geel, beweegt amper en slaapt alleen maar. Ze krijgt een plekje op de kinderafdeling. Ons ritje naar huis blazen we af, Raven heeft geelzucht. Ik blijf bij haar op de kinderafdeling. Er is geen eten voor me, ik zou tenslotte naar huis. Mijn man haalt wat voor me bij de Mac. De kerstdagen voelen eenzaam. De borstvoeding lukt niet, afkolven en het in Ravens wangzak spuiten of door een flesje toedienen ook niet. Ligt Raven niet aan mijn borst, ben ik aan het kolven. Ze krijgt net genoeg binnen en komt iets op krachten. Ondertussen wordt haar hiel voor onderzoek helemaal lek geprikt. Mijn emoties zijn heftig. De kleinste dingen vind ik vreselijk. Op de kinderafdeling gaat alle aandacht naar Raven. Dat begrijp ik wel, maar het voelt zo eenzaam en mijn lijf is nog zo zwak. 

Raven huilt ontzettend veel

Na een tijdje mag Raven mee naar huis. Wel in de avonduren, dus kraamzorg komt niet meer. Daar zitten we dan. Raven voelt zich niet lekker en blijft maar huilen. Mijn lichaam is helemaal op. De volgende ochtend moet ik weer met haar naar de kinderafdeling. We wachten anderhalf uur op een arts. ‘Ik kan niet meer, ik ben zo moe!’ huil ik. Mijn man zoekt een personeelslid op. Ze blijken Raven vergeten. Opnieuw wordt er bloed geprikt, pas halverwege de middag kunnen we naar huis. Hersteltijd is er niet. Kolven, voeden, kind troosten, kolven, voeden; wat een drama. Met de kraamhulp loopt het niet goed. Nadat ik mijn eigen vuilniszakken sta te wisselen en zelf mijn bed verschoon, belt mijn man het kraambureau. We krijgen nog twee dagen een andere hulp, een ouwe rot in het vak, een engel! Deze dame stuurt ons naar bed, zorgt voor Raven, kookt eten en maakt het huis schoon. Eindelijk komt er tijd voor herstel. Maar helaas… Na twee dagen zit de kraamtijd erop. Onze ouders ondersteunen ons veel, maar dat verandert niets aan de nachten. Raven huilt alle nachten. Na een maand stappen we over op flesvoeding. Mijn lichaam is nog niet hersteld, ik voel overal pijn.  

Mijn baan, een tijdelijk contract, raakte ik tijdens mijn zwangerschap kwijt. Terwijl ik herstellende ben van de bevalling, moet ik weer solliciterenmijn inkomsten zijn echt nodig. Ik zie eruit als een natte krant, maar toch vind ik een baan. Lichamelijk en geestelijk ben ik nog niet hersteld, maar ik zit in de overlevingsmodus. Ik leef op moederinstinct. Mijn lichaam laat ik verwaarlozen, maar dat voel ik niet eens. 

Raven huilt het eerste halfjaar van acht uur ‘s avonds tot vier uur ‘s nachts non-stop. In een klein en gehorig appartement helpt elkaar afwisselen met slapen ook niet. Het huilen en de slapeloosheid maken me helemaal gek, de gedachte om mezelf van de trap te gooien dringt zich op. Er blijkt maar één oplossing: autorijden. Uit wanhoop rijden we nachtenlang de polder door, van benzinestation naar benzinestation voor sterke koffie. Alleen achter het stuur zitten brengt het risico van in slaap vallen mee, dus nachtenlang rijden we samen door de polder. Raven slaapt, wij zijn kapot. 

Raven blijft zwak, ze gaat ziekenhuis in en ziekenhuis uit. Overdag sta ik er alleen voor, de vrije dagen van mijn man zijn op. Met het openbaar vervoer ga ik naar het ziekenhuis en zit daar uren op de kinderafdeling. Op andere dagen ben ik aan het werk. Mijn lichamelijk herstel komt maar niet op gang. Dat eerste halfjaar geniet ik niet. Ik begrijp niet dat mensen kunnen genieten in die eerste maanden.  

"Uit wanhoop rijden we nachtenlang de polder door,  
van benzinestation naar benzinestation voor sterke koffie." 

Vasthouden aan kleine dingen

Het duurt zeker een halfjaar voor het langzaam wat beter gaat. Achteraf lijkt het huilen veroorzaakt door onrijpe orgaantjes, omdat Raven zo klein was na een voldragen zwangerschap. Ze had veel darmkrampjes, reflux en gaf veel over. Ze had dus veel pijn. Niet zo gek dat ze huilde. Maar wij konden niets. Je voelt je zo machteloos, zo met lege handen staan. Mijn kracht in al die maanden? Naast de overlevingsmodus houd ik me vast aan kleine dingen. De kleine mijlpalen; het eerste lachje van Raven, een dagje weg met haar, later het leren lopen. Door daarop te focussen, zie ik de leuke dingen in het leven nog steeds. 

 

We komen in iets rustiger vaarwater. Dan komt de klap, ons huwelijk staat echt op knallen. Mijn man kreeg en krijgt ook alle shit van mij over zich, want hij staat het dichtst bij mij. Ook voor hem was de bevalling heftig, maar dat wordt door de omgeving vaak vergeten. Maar hij stond ernaast hè? Hij wilde mij niet in paniek brengen. Hij zat daar maar met die kleine en ik kon uit zijn blik niet opmaken wat hij dacht. Hij stond doodsangsten uit, maar bleef maar tegen mij zeggen dat het goed kwam. De foto van dat moment, dat ik hem vol angst aankijk, ik krijg er nog kippenvel van als ik naar die foto kijk.  

We praten veelleggen al ons verdriet op tafel. Bij de praktijkondersteuner van de huisarts praat ik eindelijk over mijn traumatische bevalling, de relatiestress, een huilbaby. Dat is fijn. We zijn nog niet op het punt waar we moeten zijn om de toekomst vol vertrouwen in te gaan.  

"Als je denkt dat je de bodem hebt bereikt,  
vind je nog weer ergens een kracht of oerinstinct om door te gaan." 

Een mens kan meer aan dan hij denkt

Dit hele avontuur verandert mij als persoon. Ik ben twee personen; ergens diep verstopt ben ik nog de vrolijke, leuke meid van voor de zwangerschap en tegelijk ben ik dat oude wijf dat geen zin heeft om zich op te tutten, leuk te zijn en te gaan stappen. Het doet zeer om nog niet die vrolijke, leuke meid te kunnen zijn. 

Toch is er ook die andere kant. Ik weet nu dat een mens veel meer aankan dan je denkt. Als je denkt dat je de bodem hebt bereikt, vind je nog weer ergens een kracht of oerinstinct om door te gaan. De naïviteit is er bij mij wel af. Als mensen zeggen ‘Ik ben zwanger!’ denk ik: succes en sterkte.  

Met een andere man had ik dit niet gered. Vanaf dag 1 wist ik: dit kunnen wij samen aan, ook al gaan we nog zo diep. Ook begrijp ik nu nog beter het verdriet van mensen die niet zwanger kunnen zijn, een heftige zwangerschap hebben of een huilbaby hebben. Ik begrijp nu de zwaarte. Ik mis dan wel mijn jeugdige, onbezonnen ik, maar tegelijk heeft dit alles me ook een stuk wijzer gemaakt.  

Onderweg ben ik mensen en vriendschappen verloren, mensen begrepen niet hoe het zat. Ik ben niet meer gezellig en leuk, maar heb hulp nodig. Dat spreekt niet iedereen aan. In contacten ga ik nu voor diepgang, niet meer voor oppervlakkig contact. Ik voel me dus meer thuis bij mensen die durven toegeven dat het leven niet makkelijk is. Het leven is niet vanzelfsprekend en genieten van de mooie momenten is zo ontzettend belangrijk en waardevol! 

In 2020 ontvingen we, hoe bijzonder, weer een kindje; een onverwacht cadeautje van de natuur. Zwangerschap en bevalling waren opnieuw verre van ideaal. Maar al die tijd hield ik me vast aan de periode die nu aanbreekt. Eindelijk kunnen we ‘gewoon’ gezin zijn.” 

De heftige bloeding die Bianca na de bevalling had wordt een ernstige fluxus genoemd. Bij Bianca ontstond deze omdat de baarmoeder na de bevalling niet goed samentrok. Normaal zorgen naweeën en het hormoon oxytocine ervoor dat de placenta geboren wordt en de baarmoeder haar oorspronkelijke vorm weer aanneemt. Dan knijpen ook de bloedvaten die aan de placenta vastzaten dicht. Gebeurt dit niet, kan een bloeding ontstaan.  

Bianca hoopt door het vertellen van haar verhaal dat mensen beseffen dat iets een opeenstapeling van ellende kan zijn. “Als buitenstaander zie je vaak maar een stukje en advies geven vanaf de zijlijn is dan makkelijk. Iemand kan wel zeggen ‘Jij bent zo sterk’, maar dat is de overlevingsmodus die je ziet. Sta je ernaast, doe dan alsjeblieft iets voor de mensen die je ziet knokken, want echt, ze gaan door een hel. Het is een keer klaar, een mens kan niet álles aan.” 

De verhalen die wij optekenen zijn ervaringsverhalen, geschreven vanuit de persoon die ons het verhaal vertelt.
Wij vragen de lezers om respectvol met deze verhalen om te gaan en met respect te reageren.
Op tekst en foto's rusten auteursrechten. Het is niet toegestaan deze te delen zonder vermelding van Puur Verhaal als rechthebbende.